Zodra de herfst begint, verschijnen ze weer, dé 7 kruiden de je MOET plukken.
Lijstjes met kruiden die je nú moet plukken. Kruiden voor je weerstand. Kruiden voor meer energie. Wortels die juist in het najaar geoogst moeten worden. Bessen die je niet mag missen.
En voor je het weet loop je buiten met een mand en denk je bij iedere plant: die moet mee.
- Rozenbottels? Plukken.
- Brandnetelzaad? Ook meenemen.
- Paardenbloemwortel? Schijnt nu goed te zijn.
- Vlierbessen? Natuurlijk.
- En als we toch bezig zijn, kunnen die meidoornbessen er ook nog wel bij.
Tot je thuiskomt met een tas vol planten, vruchten en zaden en jezelf één belangrijke vraag stelt:
Wat ga ik hier eigenlijk allemaal mee doen?
Daarom krijg je van mij geen lijst met zeven kruiden die je deze herfst móét plukken.
Niet omdat er in de herfst niets interessants te vinden is. Integendeel. Juist in deze tijd van het jaar verandert er veel in de plantenwereld.
Maar wildplukken begint wat mij betreft niet bij een lijstje.
Het begint bij weten wat je plukt, waarom je het plukt en wat je ermee wilt doen.
Kruiden plukken in de herfst: er is genoeg te vinden
De herfst is een prachtige tijd om buiten naar kruiden en wilde planten te kijken.
Planten veranderen. Sommige maken nog zaden. Andere dragen vruchten. Bovengrondse delen beginnen langzaam af te sterven en bij meerjarige planten blijven de ondergrondse delen achter om de winter door te komen.
Je vindt in deze periode bijvoorbeeld rozenbottels, vlierbessen, meidoornbessen en brandnetelzaad. Ook wordt de herfst traditioneel gezien als een periode waarin bepaalde wortels worden geoogst.
Dat maakt het verleidelijk om van alles mee naar huis te nemen.
Maar dat iets geoogst kán worden, betekent nog niet dat jij het ook moet oogsten.
Dat verschil vind ik belangrijk.
Eerst weten wat je ermee gaat doen
Stel dat je tijdens een wandeling een prachtige rozenstruik vol rode bottels tegenkomt.
Je hebt ergens gelezen dat rozenbottels interessant zijn vanwege hun voedingsstoffen en je weet dat je er allerlei bereidingen mee kunt maken.
Dus je begint te plukken.
Een paar worden een handvol. Een handvol wordt een bakje.
Thuis zet je ze op het aanrecht.
En dan?
Ga je ze vandaag verwerken?
Wil je ze drogen?
Had je een bepaalde bereiding in gedachten?
Hoeveel heb je daarvoor eigenlijk nodig?
Heb je überhaupt tijd om ermee aan de slag te gaan?
Dat zijn vragen die je wat mij betreft stelt vóórdat je gaat plukken.
Want een grote oogst is niet automatisch een goede oogst.
Soms zijn twintig rozenbottels precies genoeg voor wat jij ermee wilt doen. Dan hoef je geen halve struik leeg te halen omdat ze er toevallig hangen.
Plukken is niet het doel. Gebruiken is het doel.
De natuur is geen gratis kruidenwinkel
Dat klinkt misschien wat streng, maar zo bedoel ik het niet.
Wildplukken vind ik juist een prachtige manier om planten te leren kennen. Je gaat anders kijken wanneer je weet wat er om je heen groeit.
Ineens is een berm niet meer alleen groen.
Je ziet brandnetel, paardenbloem, duizendblad, weegbree en misschien verderop een rozenstruik of meidoorn.
Maar die planten staan daar niet speciaal voor ons.
Bessen en zaden zijn ook voedsel voor dieren. Planten hebben zaden nodig om zich voort te planten. En een plant met wortel en al uit de grond halen is iets heel anders dan een paar blaadjes, vruchten of zaden oogsten.
Daarom is “ik kan dit gebruiken” voor mij niet automatisch hetzelfde als “dus ik neem het mee”.
Mag je eigenlijk zomaar wildplukken?
Ook daar wordt soms wel erg makkelijk over gedaan.
Er bestaat niet één regel waarmee je kunt zeggen dat je overal in Nederland gewoon je mand mag vullen.
Wie het terrein beheert, bepaalt mede wat er is toegestaan. Staatsbosbeheer staat bijvoorbeeld kleinschalig wildplukken voor eigen gebruik toe, maar geeft daarbij duidelijke voorwaarden en adviezen.
Je moet weten wat je plukt, rekening houden met beschermde en lokaal kwetsbare soorten, de omgeving niet beschadigen en niet meer meenemen dan je voor eigen gebruik nodig hebt.
Voor bramen en paddenstoelen gebruikt Staatsbosbeheer als richtlijn ongeveer de inhoud van een champignonbakje van 250 gram.
En er staat nog iets belangrijks in hun adviezen:
graaf geen planten uit.
Dat brengt me meteen bij een van de herfstadviezen die je online heel vaak tegenkomt.
“De herfst is worteltijd”
Dat klopt deels.
Bij veel meerjarige planten neemt de bovengrondse groei richting herfst af. De plant bereidt zich voor op een volgende groeiperiode en de ondergrondse delen spelen daarbij vanzelfsprekend een belangrijke rol.
Daarom worden sommige wortels traditioneel in het najaar geoogst.
Paardenbloemwortel bijvoorbeeld.
Kliswortel.
En ook brandnetelwortel kom je in kruidenboeken en online regelmatig tegen.
Maar vervolgens ontstaat een vreemde situatie.
Je leest:
“De herfst is het ideale moment om wortels te oogsten.”
En even later:
“Ga de natuur in en pluk je eigen kruiden.”
Die twee kun je niet zomaar aan elkaar vastplakken.
Een wortel oogsten betekent immers dat je de plant uitgraaft.
En in natuurgebieden is dat niet zomaar de bedoeling.
Heb je paardenbloemen of brandnetels in je eigen tuin en weet je precies wat daar met de bodem is gebeurd? Dan is dat natuurlijk een heel andere situatie.
Maar een schep meenemen naar een natuurgebied omdat je op Instagram hebt gelezen dat het “worteltijd” is?
Nee dus.
En die brandnetels dan?
Brandnetel is juist een mooi voorbeeld van hoe anders je naar herfstkruiden kunt kijken.
Veel mensen denken bij brandnetel vooral aan het jonge blad in het voorjaar.
Maar kijk in de nazomer en vroege herfst eens goed naar de planten.
Je kunt dan de zaadtrossen zien hangen.
Dat is interessant, omdat je ineens ontdekt dat één plant door het jaar heen verschillende stadia heeft en dat niet ieder deel op hetzelfde moment wordt verzameld.
Je hoeft vervolgens niet meteen met een grote zak brandnetelzaad naar huis.
Begin eens met kijken.
- Welke brandnetels dragen zaden?
- Hoe zien de mannelijke en vrouwelijke planten eruit?
- Hoe verandert zo’n tros tijdens het rijpen?
- Kun je de plant met zekerheid herkennen?
En als je iets wilt oogsten: hoeveel ga je werkelijk gebruiken?
Dát vind ik kruiden leren kennen.
Niet een lijst afvinken, maar begrijpen naar welke plant je kijkt.
Rozenbottels: ook hier hoef je geen emmer van te plukken
Rozenbottels zijn misschien wel een van de bekendste herfstvruchten.
En terecht leuk om mee te werken.
Maar ook hierbij zie ik gemakkelijk hetzelfde gebeuren.
Je vindt een struik die werkelijk propvol hangt en voor je het weet denk je: daar kan ik wel wat mee.
Prima.
Maar wat? Dat is de vraag.
Wil je een kleine hoeveelheid gebruiken? Wil je iets bewaren? Wil je experimenteren met een bereiding die je nog nooit eerder hebt gemaakt?
Stem je oogst daarop af. En laat de rest hangen.
Niet alleen omdat andere mensen misschien ook willen plukken, maar vooral omdat de natuur zelf die vruchten ook gebruikt.
Een struik hoeft niet leeg omdat jij hem hebt gevonden.
Vlierbessen vragen nog iets anders: kennis
Bij vlier wordt nog duidelijker waarom alleen een pluklijstje niet voldoende is.
Je moet eerst zeker weten welke plant je voor je hebt.
Vervolgens moet je weten welk deel je gebruikt en hoe je ermee omgaat.
Dat geldt overigens voor alle wilde planten.
Een plantenapp kan handig zijn als hulpmiddel bij het leren herkennen van soorten, maar ik zou mijn veiligheid nooit laten afhangen van één foto en één uitkomst van een app.
Leer kenmerken.
Bekijk blad, stengel, bloeiwijze, vruchten, groeiplaats en de hele plant.
Gebruik meerdere betrouwbare bronnen.
En twijfel je?
Dan blijft de plant staan.
Er komt echt nog wel een volgende wandeling.
“Goed voor…” betekent niet automatisch goed voor jou
Er is nog een reden waarom ik niet zo enthousiast word van lijstjes als:
7 kruiden die je weerstand boosten
of:
5 kruiden die iedereen in de herfst zou moeten gebruiken.
Iedereen?
Dat lijkt me nogal wat.
Kruiden zijn niet automatisch geschikt voor iedere persoon, in iedere hoeveelheid en in iedere situatie.
Medicijngebruik kan bijvoorbeeld relevant zijn. Net als zwangerschap, borstvoeding, leeftijd, aandoeningen en de hoeveelheid of vorm waarin je een kruid gebruikt.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit waarschuwt ook dat kruiden en kruidensupplementen niet per definitie onschuldig zijn en onder andere met medicijnen kunnen reageren.
“Het is natuurlijk” is daarom voor mij nooit voldoende reden om iets zomaar te gebruiken.
Kunnen kruiden dan niets voor je gezondheid betekenen?
Jawel.
Maar daar mogen we best wat preciezer over praten.
Voeding, kruiden en specerijen kunnen allerlei voedingsstoffen en plantenstoffen bevatten. En sommige planten hebben een lange geschiedenis van traditioneel gebruik.
Dat is interessant.
Maar dat is iets anders dan beweren dat één kruid je immuunsysteem “boost”, je lichaam “detoxt” of voorkomt dat je verkouden wordt.
Een gezonde leefstijl, voldoende slaap, beweging en gevarieerde voeding spelen allemaal een rol bij een normale weerstand.
Meer is bovendien niet automatisch beter.
Ook niet bij vitamines.
En ook niet bij kruiden.
Ik vind kruiden juist interessant genoeg zonder ze eigenschappen toe te dichten die we niet hard kunnen maken.
Begin daarom niet met: wat kan ik plukken?
Draai de vraag eens om.
Niet:
Wat kan ik vandaag allemaal plukken?
Maar:
Wat wil ik leren kennen of gebruiken?
Dat verandert je hele wandeling.
Misschien besluit je dat je deze week rozenbottel beter wilt leren kennen.
Dan zoek je vooraf uit welke rozen er bij jou in de omgeving voorkomen. Je kijkt hoe je ze herkent. Je bedenkt wat je met een kleine hoeveelheid wilt doen.
En dan pas ga je op pad.
Vind je niets?
Ook goed.
Vind je een prachtige struik maar staat hij op een plek waar je niet mag plukken?
Dan maak je misschien een foto en loop je verder.
Vind je wel een geschikte plek en mag je daar kleinschalig oogsten?
Dan neem je wat je nodig hebt.
Niet wat er toevallig allemaal hangt.
Mijn drie vragen voordat ik iets pluk
Ik maak het mezelf graag eenvoudig.
Voordat iets mijn mand of tas in gaat, zijn dit eigenlijk de belangrijkste vragen:
1. Weet ik 100 procent zeker wat dit is?
Niet ongeveer.
Niet: mijn app zegt dat het waarschijnlijk die plant is.
Ik wil weten welke plant ik voor me heb.
Twijfel betekent laten staan.
2. Weet ik wat ik ermee ga doen?
“Dat zoek ik thuis nog wel even op” vind ik geen geweldig oogstplan.
Als ik iets meeneem, wil ik vooraf ongeveer weten waarvoor.
Dat voorkomt dat kruiden drie dagen later verlept in een zakje liggen.
3. Hoeveel heb ik werkelijk nodig?
Waarschijnlijk veel minder dan je denkt.
Zeker wanneer je iets voor het eerst probeert.
Begin klein.
Bevalt een bepaalde toepassing je en wil je hem volgend jaar opnieuw maken? Dan weet je de volgende keer veel beter hoeveel je nodig hebt.
Dat is een stuk logischer dan eerst een emmer plukken en daarna op Google typen:
Wat kan ik doen met drie kilo rozenbottels?
Herfstkruiden leren kennen zonder iets te plukken
Dit wordt nog weleens vergeten.
Je hoeft een plant niet mee naar huis te nemen om met kruiden bezig te zijn.
Sterker nog, een wandeling waarbij je bewust maar één of twee planten bestudeert kan je uiteindelijk meer leren dan een tas vol oogst.
- Maak foto’s.
- Bekijk de plant van dichtbij.
- Ruik eraan als dat veilig kan.
- Kijk waar hij groeit.
- Vergelijk jonge en oude exemplaren.
- Zoek thuis de botanische kenmerken nog eens op.
- Kijk een paar weken later opnieuw.
Is de plant veranderd?
Zijn de zaden inmiddels verdwenen?
Zijn de bladeren afgestorven?
Juist door planten door de seizoenen heen te volgen, leer je ze werkelijk herkennen.
En dat is kennis waar je volgend jaar opnieuw iets aan hebt.
Dus welke zeven kruiden moet je deze herfst plukken?
Geen zeven.
Misschien één.
Misschien twee.
Misschien deze week helemaal niets.
Ga naar buiten en kijk eerst eens wat er groeit.
Zie je brandnetels vol zaad? Bekijk ze eens goed.
Kom je rozenbottels tegen? Kijk welke roos erbij hoort.
Zie je paardenbloemen en denk je aan die wortels waar je over hebt gelezen? Bedenk dan ook waar je staat en of je daar überhaupt iets uit de grond zou mogen halen.
En kom je thuis zonder één kruid?
Dan is je wandeling niet mislukt.
Je hebt misschien eindelijk eens echt naar die planten gekeken waar je normaal langsloopt.
Eerst weten. Dan plukken.
Ik ben absoluut vóór zelf kruiden verzamelen.
Het brengt je naar buiten. Je leert planten herkennen. Je ontdekt wat er in je eigen omgeving groeit en je krijgt veel meer waardering voor een potje kruiden wanneer je zelf hebt gezien hoeveel tijd er aan oogsten en verwerken voorafgaat.
Maar ik ben niet zo van het verzamelen om het verzamelen.
Je hoeft geen volle kruidenkast.
Je hoeft niet ieder kruid te hebben waar iemand online enthousiast over doet.
En je hoeft al helemaal niet zeven kruiden te plukken omdat een herfstlijstje zegt dat het moet.
Leer één plant goed kennen. Bedenk wat je ermee wilt. Oogst een kleine hoeveelheid als dat op die plek mag. Verwerk wat je hebt geoogst. En laat de rest gewoon staan.
Daar begint wat mij betreft werken met kruiden.
Niet bij een lijstje.
Maar bij aandacht.
Eerst weten. Dan doen.
Kruiden worden pas echt interessant als je weet wat je ermee kunt doen.
Wil je verder dan alleen herkennen en plukken? In Oma’s Kruidenschrift vind je praktische inspiratie om kruiden daadwerkelijk te gebruiken en te verwerken.
Zo blijft je oogst niet op het aanrecht liggen, maar wordt het iets waar je echt wat aan hebt.


Geef een reactie